zonnescherm

Daarnaast veroudert het snel in de zon. Dit zijn bedrijven die zich toegelegd hebben op het in elkaar zetten van de onderdelen tot een product gereed is voor montage. De voorlijst is een aluminium profiel met een peesgleuf waarin het doek gemonteerd wordt. Het product heeft zich sinds die tijd ontwikkeld van een zonnescherm in kantoorgebouwen tot een decoratieproduct in woningen. De ontwikkeling van horizontale en verticale lamellen heeft de laatste jaren een grote vlucht genomen. Het overgrote deel van de horizontale jaloezieën wordt daarom ook van aluminium gemaakt. Het is met name een decoratief product met een warme uitstraling. Het uitvalscherm werd geboren en is in de loop der jaren steeds verder verbeterd (windvast armen, elektrische bediening, enz.). Het bestuur van de SVZ bestaat uit vertegenwoordigers van werkgeversvereniging (Romazo), werknemersverenigingen (FNV, CNV) en leveranciersvereniging (PLV). Zonnescherm is een artikel dat het comfort van het leven c.q. bij slecht weer, ook iets te doen te hebben. Vanuit het uitvalscherm werd het knikarm scherm ontwikkeld, dat als groot voordeel heeft dat de armen niet meer in de weg zitten. Deze bedrijven zijn groter van omvang, dan bedrijven op de particulierenmarkt. Bij plafondmontage wordt gebruik gemaakt van de montageclip. De verticale jaloezie moet gezien worden als een decoratieproduct, dat komt in plaats van de gordijnen en de vitrage. De voordelen van een horizontale jaloezie ten opzichte van andere binnenzonnescherm zijn het grote assortiment in kleuren, maten en design en de goede instelbare lichtregeling. De grote fabrikanten willen daarom niet meer van binnenzonnescherm spreken, maar noemen hun producten ‘Raamdecoratie’. Montagebedrijven zijn bedrijven die het product aan de eindgebruiker verkopen en aldaar aan het gebouw bevestigen. Daartegenover staat dat buiten zonnescherm wel onderhevig is aan weersinvloeden, door regen en wind kan het kapot gaan. De armen zijn bevestigd aan de voorlijst en aan de eindconsole of aan de draagbuis vlak naast de console. De armen zijn van aluminium en hebben in het midden een scharnier dat kan knikken. De rest (geleiders, bovenbak, enz.) is meestal van aluminium. Knikarm schermen bestaan onder andere uit de volgende onderdelen: bovenkap; bovenrol; voorlijst; doek armen; bediening/aandrijving. worden er voorsprong steunen gebruikt. Horizontale jaloezieën hebben vier functies: lichtwering: door het tuimelen van de lamellen kan de hoeveelheid licht/zicht worden geregeld.

schadeauto verkopen

Mee tellen het bouwjaar en de brandstof die men gebruikt, de sloop premies liggen tussen de zevenhonderd en vijftig en zeventienhonderd en vijftig euro. Als we een auto helemaal afrijden wat vaak gedaan wordt met een goedkoop tweedehandsje dan komt onherroepelijk de tijd dat de auto naar de sloop moet. Zo moet het sloopbedrijf gecertificeerd zijn door ARN waardoor het verplicht is zich aan de milieuwetten te houden en uit de schadeauto verkopen zoveel mogelijk onderdelen te laten recyclen. Soms staan er ook advertenties tussen die een klein bedrag bieden als ze de schadeauto verkopen bij je mogen komen halen. Vergeet niet om voor het omhulsel dat eens de auto was wordt weggehaald of weggebracht, de kentekenplaten van de auto te halen en te vernietigen. Met andere woorden je kunt er met eigen ogen zien dat het slopen van je auto niet alleen maar afval maar ook positieve resultaten oplevert. Bovendien waakt Stiba met een scherp oog over oneerlijke concurrentie binnen het sloopbedrijf. Hoelang schadeauto verkopen’s de premie nog daadwerkelijk kunnen ontvangen wordt binnenkort bekend gemaakt in de media. Zelf schadeauto verkopen onderhanden nemen en kijken hoeveel goede onderdelen je er nog uit kunt halen, of kapotte onderdelen die je vervolgens zelf weer kunt repareren. Het hoeft niet meer dan twee telefoontjes te kosten, een naar een erkend sloopbedrijf zodat je weet dat er niets mis gaat met de vrijwaring en een naar de verzekering om je auto af te melden. Bij de meeste autosloop bedrijven wordt rekening gehouden met de werkende mens en kan er ook een afspraak gemaakt worden in de avonduren. Het lege omhulsel van de auto wordt op het terrein van het sloopbedrijf bewaard. Om schadeauto verkopen te slopen mag de vloer waarop deze staan geen vloeistof doorlaten. In deze papieren kan de RDW zien of de te slopen auto inderdaad je eigendom is en of deze voldoet aan de eisen om voor de uitzonderingsregel in aanmerking te komen. Uiteindelijk worden er van de schadeauto verkopen kleine afval pakketten geperst. Op deze lijst worden dingen genoteerd die gedaan moeten zijn en waar eventuele verbeteringen aangebracht moeten worden. Bij de inlevering ontvang je voor de afgifte van je schadeauto verkopen een vrijwaringbewijs. Het auto sloopbedrijf kan inloggen op de site van de RDW, daar zal hij de auto op naam van het auto slopersbedrijf zetten.

grafstenen

De plaats waar de doden werden begraven was altijd buiten het bewoonde gebied gelegen. Een situatie die onder de Romeinse bezetting niet veranderde. De Romeinen kenden immers hun dodensteden, conglomeraten van tempels, graven en grafstenen, gelegen op enige afstand van de nederzettingen. In de vroeg christelijke periode was het bij pauselijk besluit ten strengste verboden om de doden te midden van de levenden te begraven en zeker niet in de kerk. Gaandeweg begon men hierop uitzonderingen te maken door kapellen vlak bij en later zelfs boven het graf van heiligen te bouwen. Zo ontstond de gewoonte van het begraven in de kerk met als oudste voorbeeld in Nederland het graf van de Heilige Servaas in de naar hem genoemde kerk in Maastricht. Kerkelijke en weldra ook wereldlijke hoogwaardigheidsbekleders werden in de kerk begraven om er zo dicht mogelijk bij het hoogaltaar te wachten op de wederopstanding. Rijke burgers volgden en spoedig daarna werden de kerken ingericht tot begraafplaatsen volgens een strakke hiërarchie, waarbij de arme luiden ver van het altaar langs de zijmuur of zelfs buiten werden begraven in de tuin van de kerk: het kerkhof. De functie van kerk en omgeving als begraafplaats had een grote bedrijvigheid tot gevolg, variërend van het gereed maken van de graven tot het opdragen van missen voor het zieleheil van de overledenen. Een zakelijk aspect dat weldra een dragende peiler vormde onder de financiën van menige kerk. Een situatie die na de Reformatie nauwelijks veranderde. De ruimte onder de kerkvloeren veranderde in een wirwar van keldertjes. Iedere vierkante meter werd benut. Wanneer er ruimtegebrek ontstond, zocht men zijn toevlucht tot versneld ruimen of het op elkaar stapelen van kisten zonder deze voldoende met zand af te dekken.

De meeste kerken boden een rommelig aanzien. Altijd stonden er graven open in afwachting van een begrafenis. Zerken verzakten of lagen scheef door de voortdurende werkzaamheden. Maar het ergst was de penetrante stank waarvan ieder kerkgebouw was vervuld. Op broeierige zomerdagen was de situatie bijna onhoudbaar. Hoewel de kosters uren voor de aanvang van de kerkdiensten de deuren wagenwijd open zetten om te luchten vielen er regelmatig Kerkgangers flauw. Van de loddereindoosjes met in reukwater gedrenkt sponsjes werd dan ook veelvuldig gebruik gemaakt. Wanneer er echt geen ruimte meer was om te begraven zocht men een oplossing door de vloer van de hele kerk met zo’n halve meter te verhogen, zodat er weer een hele laag kisten geplaatst kon worden. Het gevolg is dat het in veel oude kerken lijkt alsof de pilaren in de grond zijn gezakt en zijdeurtjes onhandig laag In de achttiende-eeuwse periode die bekend staat als de Verlichting was er een kleine groep van intellectuelen die zich verzette tegen de onhygiënische en mensonterende toestand van het begraven in de kerk. Zij vond weinig gehoor en stuitte zelfs op hevig verzet Het begraven in de kerk was volkomen ingeburgerd. Men hechtte er zo aan dat de doden rustten in een godshuis, dat het begraven buiten de kerk of zelfs bulten de stad voor velen als onchristelijk en huiveringwekkend werd ervaren.

uitvaartverzekering

Bij een uitvaartverzekering is er bijna altijd en kanssolidariteit (vanwege het verzekeringskarakter) en subsidiërende solidariteit (vanuit politieke wil). Deze twee solidariteitselementen zijn bij sociale verzekeringen meestal in de constructie van premie- en uitkeringsvoorschriften onderling onlosmakelijke verweven. De ingebouwde subsidiërende solidariteit leidt tot het ontbreken van de vrijheid van keuze om al of niet mee te doen, vaak gekoppeld aan het ontbreken van vrijheid van keuze van verzekeraar, dwingende voorschriften omtrent wat, wanneer en hoeveel de verzekeraar mag en moet uitkeren en centrale voorschriften over premievaststelling. De premie wordt niet per individu vastgesteld op basis van inschatting van het te lopen risico, maar volgens een politieke inschatting van draagvermogen in het algemeen. Zie bijvoorbeeld de AOW: in essentie zijn de uitkeringen voor iedereen gelijk, maar de premie is tot een premiegrens inkomensafhankelijk. Bij levensverzekering kan (wat betreft het overlijdensrisico) het al of niet roker zijn (geweest) een prijsbepalend element zijn. Bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen is het uitgeoefende beroep een medebepalende factor, datzelfde geldt voor aansprakelijkheidsverzekeringen voor bedrijven.

Bij WAM en cascoverzekering is de schade-ervaring van (eventueel elkaar opvolgende) verzekeraars met de betrokken verzekerde mede prijsbepalend. Dat werkt via het laddersysteem met aanzienlijke korting op de normale premie bij langdurig schadevrij rijden en aanzienlijk hogere premie voor degenen die meermalen schade hebben die niet aan anderen toe te rekenen is. In een uitgebreide inboedelverzekering is het inbraakrisico mede inbegrepen. Als er evenwel veel waarde is geconcentreerd in naar verhouding weinig objecten ‘kostbaarheden1, dan is door de aanwezigheid van die objecten de kans op inbraak beduidend groter. Dat kost enige meerpremie. Een kostbaarhedenverzekering dekt overigens ook andere risico’s dan brand en inbraak, zoals beschadiging en verlies, en levert ook dekking buitenshuis. De meerpremie voor die verruiming is groter dan de meerpremie vanwege het groter inbraakrisico. Het gebruik van een kansstelsel is aan een aantal voorwaarden gebonden. Daarbij zijn te noemen: maatschappelijke aanvaardbaarheid, innerlijke consistentie, controleerbaarheid van de klassen indeling, ook in concrete gevallen, en verzekeringstechnische aanvaardbaarheid. Om tot goedwerkende kansstelsels te komen is een grote hoeveelheid betrouwbare statistische informatie nodig en inzicht in oorzaken van de te verzekeren risico’s. Bij de acceptatie van risico’s is het nodig om alle van belang zijnde aspecten van dat risico goed te kennen om het risico in de goede risicoklasse te kunnen indelen. De kandidaat-verzekerde is daarbij de eerstaangewezen verstrekker via het invullen van het aanvraagformulier. Bij het aanmelden van een claim ter uitkering moeten ook weer feiten, zoals de grootte en de oorzaak van de schade of het in leven zijn van een pensioentrekker worden geverifieerd.

verlichting

Uiteraard is het fraai als ook de verlichting enig verband met elkaar houdt: vooral de meer in het oog springende delen moeten wat kleur en uitstraling betreft wel op elkaar zijn afgestemd. In het toilet sprake van weinig of geen daglicht en de ruimte is er krap bemeten, net als in de meeste badkamers. Toch zijn beide ruimtes heel belangrijk en verdienen ze wel wat extra aandacht. Het toilet is een ruimte voor kwetsbare momenten, vaak is het op de woonverdieping de enige plek die afsluitbaar is. Hier moet men zich in alle rust kunnen terugtrekken. Hier wil je even in de spiegel zien of je uiterlijk er nog mee door kan, je wilt je handen kunnen wassen en juist bij deze inspectie is het van belang dat het licht plezierig is. Stelt u zich nu eens voor dat u bij kennissen naar het toilet gaat, het is een kleine ruimte zonder daglicht. Er is een WC, een fonteintje en een spiegel. U doet het licht aan en schrikt als u zichzelf in de spiegel ziet: uw gezicht lijkt vaal, u heeft kringen onder de ogen en het liefst zou u rechtsomkeert maken. U kwam om u even terug te trekken, om u te verfrissen, en voor u het zelf beseft is er de conclusie dat er van alles mis is met uw uiterlijk. Deze negatieve beleving komt waarschijnlijk voort uit de slechte belichting. Waarschijnlijk hing er midden boven uw hoofd een kaal lampje dat alleen naar beneden toe licht geeft - het lijkt wel wat op het kale licht in een verhoorruimte. Het is niet moeilijk om van het kleinste kamertje een rustgevende ruimte te maken. Om te beginnen kan de kale lamp worden vervangen door een reflectorlamp die het licht meer verstrooit. Of men kan een meer indirecte armatuur aanschaffen waardoor het licht geleid wordt langs plafond en wanden van de kleine ruimte, die daardoor ook nog ruimer lijkt. Het toilet wordt dan tot een ruimte waar je graag tot rust komt. De badkamer is een ruimte die geschikt moet zijn voor intensief gebruik. Soms is het een toevluchtsoord voor de vermoeide ziel, maar veel vaker is het een ruimte waar men snel en effectief bezig wil zijn met de verzorging van het lichaam. Intensief gebruik - denk maar aan het spitsuur bij het opstaan - betekent dat de ruimte erg vochtig kan worden en daarin schuilt ook een probleem: de verlichting moet goed vochtbestendig zijn, open stopcontacten moeten speciaal geschikt zijn voor vochtige ruimtes en de schakelaar voor het licht in de badkamer is meestal buiten geplaatst of, in de badkamer, uitgerust met een trekkabeltje. Het gebruik van elektriciteit in de natte ruimtes Het zal duidelijk zijn dat de armaturen ook een veilige verbinding moeten hebben met het elektriciteitsnet. Zomaar een lampje aan de wand heel decoratief naast de spiegel bijvoorbeeld vraagt dus wel om overleg en planning.

trouwringen

Deze vriendelijke opmerkingen ten aanzien van de prachtige trouwringen die onze Prinses bij deze klassieke Engelse hoffeesten droeg, mag als een compliment gerekend worden voor het Nederlands fabricaat, immers ‘t is ons bekend dat al deze bijouterieën door Nederlandse juweliers zijn vervaardigd. Omdat een vrouw geen sieraden boven haar stand diende te dragen, werden voor de middenklasse en de lagere sociale ordes eigen sieraden gefabriceerd. Toch moet dit werk naar mijn mening eerder aan algemene gevoelens van behoudzucht en een zoeken naar veiligheid worden toegeschreven, dan dat er sprake was van directe verbanden tussen sieraadontwerpers en de beeldende kunsten. Het idee was niet spiksplinternieuw, maar vond op verschillende plekken in Nederland navolging. Het werd één van de belangrijkste details van het modebeeld van dat jaar genoemd en er werd een aardige uitspraak van de Franse modekoning Yves St. De uitweg uit het moeras is alleen te bereiken met behulp van doelbewust en goed geleid vakonderwijs. C. Het was het geschenk van de inwoners van Nederlands-Indië. De hanger van Georges Fouquet behoort ook tot de beste stukken van deze toonaangevende juwelier, die onder meer een kunstenaar als Alphonse Mucha opdrachten gaf voor het ontwerpen van sieraden. De geïndustrialiseerde landen hadden voor de Wereldtentoonstelling van 1900 op het Champs de Mars rijk gedecoreerde paviljoens opgetrokken om daar het beste van hun kunnen te presenteren. Al tijdens haar studie besloot zij om zich toe te leggen op het fijnere werk en vooral op sieraden. De viering van het tienjarig bestaan van Galerie Ra in 1986 was keurig op tijd. Onder de hogere sociale lagen nam de gevoeligheid voor deze verschijnselen .

De edelsmeden stonden minder ver af van de internationale ontwikkelingen in hun vak dan men op basis van de soms ietwat stugge eigenheid van hun producten zou denken. In het vakblad werd een kort artikel gewijd aan de geschenken voor het prinselijk paar, die een maand lang tentoongesteld werden. Joanna Brom was zelf pas vrij laat aan haar roeping toegekomen. Als ijkpunt zijn hier een paar internationale topstukken uit het bezit van het Rijksmuseum afgebeeld, zoals een haarkam van hoorn met diamanten van René Lalique. Zij verwerkte in het begin van de jaren tachtig schakelingen van stroken karton tot kettingen en armbanden, die puur ritmisch lijken te zijn. Ook behoorde een grote ‘devant-de-corsage’ of corsagesieraad nog tot deze tijd.’ Ook ben ik nog steeds tevreden met de foto’s bij dit artikel, die waren gemaakt door Annie Naus in samenwerking met galerie Marzee in Nijmegen. In het nummer van januari 1930 werd een artikel gewijd aan de dalende zilverprijs die toen, na een voortdurende daling in 1929, een nieuw laagterecord had bereikt. Met zijn voorkeur voor naturalistische motieven en onorthodoxe combinaties van materialen. Deze zou net zo goed uit de jaren dertig kunnen dateren als uit de oorlogsjaren of de jaren pal na de bevrijding. Met de thematiek werd een gevoelige snaar geraakt. Het kunstonderwijs stimuleerde deze ontwikkeling. De lichte kleurstellingen in de kleding leidden tot een voorkeur voor parels, diamanten en lichte kleurstenen als aquamarijnen en opalen. De hanger moet op de hals of borst liggen en niet ergens tussen de buste of de taille.

uitzendbureau

De uiteindelijke keuzes die bedrijven maken over de inzet van flexibele arbeid worden mede bepaald door de context waarbinnen bedrijven opereren en de contacten die er zijn met het uitzendbureau. Bestaande regelgeving en de situatie op de arbeidsmarkt zijn belangrijke elementen hiervan. Bedrijven die werknemers in loondienst hebben moeten zich aan veel wetten en voorschriften houden, bijvoorbeeld met betrekking tot werving, selectie en ontslag van personeel en rondom ziekte van personeel. Veel ondernemers ervaren deze regels als belemmerend. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat bedrijven eerder geneigd zijn om een deel van het werk door uitzendkrachten en freelancers uit te laten voeren. Ook de toenemende krapte op de arbeidsmarkt zou de vraag naar uitzendkrachten en freelancers kunnen stimuleren; niet omdat de voorkeur van bedrijven voor flexibele arbeid hierdoor toeneemt, maar omdat het werven van werknemers in loondienst problematischer wordt. In welke mate zijn de bestaande regelgeving en de huidige situatie op de arbeidsmarkt nu van invloed op de keuze die bedrijven maken voor de inzet van flexibele arbeid? Om hier meer inzicht in te krijgen, hebben we via een telefonische enquête enkele stellingen voorgelegd aan ondernemers uit het MKB. Om te beginnen hebben we twee stellingen voorgelegd over de bestaande regelgeving omtrent werving en ontslag van werknemers. De eerste stelling luidde: “Er zijn merkbare problemen in de bedrijfsvoering ontstaan doordat de bestaande regelgeving niet flexibel is in het werven en ontslaan van werknemers”.

Ruim een kwart van de werkgevers uit het MKB vindt dat deze stelling voor hun bedrijf van toepassing is. Merk op dat deze stelling twee zaken combineert: de inflexibiliteit van de bestaande regelgeving en de mate waarin deze inflexibiliteit voor problemen zorgt. Niet alle bedrijven die de bestaande regelgeving inflexibel vinden, hoeven merkbare problemen in de bedrijfsvoering te ervaren. Bedrijven kunnen dergelijke problemen (deels) voorkomen door (vaker) flexibele arbeid in te zetten in plaats van werknemers in loondienst te nemen. “Er zijn merkbare problemen in de bedrijfsvoering ontstaan doordat de bestaande regelgeving niet flexibel is in het werven en ontslaan van werknemers” Door afrondingsverschillen kan het voorkomen dat kolommen niet optellen tot 100%. De cijfers in Tabel 8 suggereren dat dit ook vaak gebeurt. Ongeveer de helft van de bedrijven die in 2005 flexibele arbeid hebben ingezet, zou naar eigen zeggen meer werknemers in loondienst hebben gehad als de huidige ontslagregels niet zouden bestaan. Dit wordt ten dele ondersteund door het gedrag van deze bedrijven: deze bedrijven hebben gemiddeld genomen 0,7 freelancers meer ingeleend dan de overige bedrijven1. Voor het aantal ingeleende uitzendkrachten is geen verband gevonden. “Stel dat de huidige ontslagregels niet zouden bestaan.

autodemontage

Het is aangeraden de zekeringskast en de reservezekeringen op het dashboard te monteren, binnen bereik van zowel piloot als copiloot. Deze spullen zijn vaak alleen te verkrijgen bij een bedrijf voor autodemontage. Veel zetels zijn voorzien van openingen voor de passage van de gordels, wat voor vervelende situaties kan zorgen. Veelal is er heel wat Testwerk vereist vooral eer men het meest gunstige compromis vindt. Het ene veertje beweegt continu mee, het andere (het stugste) komt tussen daar waar nodig. Zowel piloot als copiloot moeten dit systeem vlot in werking kunnen stellen. Competitieremolie mag nooit vermengd worden met een ‘gewone’ remolie. Voor heel wat voertuigen is een lichtbak verkrijgbaar. De geleverde kit kan door iedereen, mogelijk met wat hulp van de plaatselijke dealer, gemonteerd worden. comprimeert ze (fading) en verliest ze haar werking. Enkel de onderdelen van de KIT, en wat van de Boutique CITROEN verkrijgbaar is, zijn toegelaten. Door het gebruik van bvb. op een snelheidsetappe continu een temperatuur van 400-500 °C. TYPE MAX. Een ideale gewichtsverdeling is 50 % op de vooras en 50 % op de achteras. Dit omwille van de veiligheid van piloot en copiloot. Wanneer men in rallycross de laatste 20 m. Een opgevoerde motor kent ook een hoger benzineverbruik. Als men steeds kort maar krachtig gaat remmen, stijgt niet alleen de temperatuur van de remschijven en de remblokken, maar ook de temperatuur van de remolie. Golf 2 in grote rally’s Ook de hoofdremcilinder verdient voorafgaandelijk een studie. En een rally betekent meerdere klassementsproeven Het is en blijft zoeken naar de meest gunstige afstelling. Die afstelling is ideaal voor de doorsnee-gebruiker, maar niet voor de autosportpiloot. kleine rally’s met een basisauto bvb.

Een wedstrijd is een aaneenschakeling van situaties: accelereren, remmen, bocht nemen, accelereren, remmen, bocht nemen, accelereren, remmen, tegen de tijd. Sommigen uitgerust met boringen, die het vet en vuil dat op de pedalen terechtkomt laten afvloeien, anderen met antisliprubbers. Alles wat niet strikt in het reglement vermeld is, is niet toegelaten. De stroomonderbreker zorgt ervoor dat, bij brand of ongeval, alle stroom kan uitgeschakeld worden. Alle seriemodellen zijn uitgerust met een aantal accessoires die in de autosport overbodig zijn en kunnen verwijderd worden. heeft men 6 minuten nodig om de afstand van 10 km. de puntstraler: geeft over een relatief grote afstand maar over een kleinere breedte extra licht. Een zithouding, die een goede zijdelingse steun garandeert, voorkomt vermoeidheid en geeft stabiliteit in bochten en remzones. door ze in de carrosserie te lassen: dit is een stevigere bevestiging. om de 3 rally’s, of anders minimum jaarlijks. Die hardere schokken moeten worden opgevangen. Enkel de noodzakelijke instrumenten worden behouden, de overtollige wijzers worden weggelaten. In de helmbak, of het helmnetje, worden de helmen opgeborgen tijdens de verbindingsritten. af te leggen. Wanneer men gebruik maakt van een Pedal-Box, valt de originele hoofdremcilinder weg. Lage input: wanneer men over een oneffenheid in het wegdek passeert. Was dit te wijten aan het gebruik van andere schokdempers op de PORSCHE 911 SC RS????. Dit betekent een tijdwinst van een volle minuut. Aanstaande slag houdt rekening met lage of hoge input.

fietswinkels

De gebruikelijke wielmaat voor volwassenen fietsen is 26, 27 of 28 duim, ofwel 650, 675 of 700 mm. De goede fietswinkels hebben deze maten altijd op voorraad. In werkelijkheid verschillen al deze wielen maar heel weinig van elkaar, omdat de 26-duims wielen meestal met dikke banden geleverd worden, die op hun 559 mm tot 684 mm velg tot een totale diameter komen die in de buurt van 660 mm ligt, terwijl de 28-duims wielen 622 mm velgen hebben die met zulke smalle banden geleverd worden, dat hun doorsnede meestal niet boven de 675 mm uitkomt, en dat is vrijwel even groot als een 27-duims racewiel. Vooral voor kinderen, maar ook voor kleine volwassenen moeten er meestal andere wielmaten aan te pas komen. Standaardmaten zijn naast de genoemde, 24,22 en 20 duim (ofwel 600 mm, 550 mm en 500 mm). Slechts zelden vinden we echter passende banden voor dergelijke wielen die met de lichte bandjes op race- en trimfietsen te vergelijken zijn. En behalve de BMX-banden is er niet veel in deze maten te koop dat met de ATB sector concurreren kan. Minstens even erg: fatsoenlijke velgen - dus aluminium modellen met de juiste afmetingen en met versterkte nippelgaten - zijn nog moeilijker te vinden dan passende banden.

In Frankrijk, Italië en (voor de 26-duims maat) Engeland bestaan zowel velgen als banden die tenminste voor de race-, trim- en randonneurfïets te gebruiken zijn. Die hebben in de kleine maten meestal minder dan de gebruikelijke 36 spaakgaten, wat een passende naaf met hetzelfde aantal spaakgaten (en passende spaken) vereist. Goede naven met 32 en 28 spaakgaten zijn tegenwoordig verkrijgbaar, maar voor de bij 20- en 22-duims wielen gebruikelijke 24 spaken wordt het vrijwel onmogelijk een werkelijk goede naaf te vinden. Overigens kunnen - nee moeten - kleinere wielen met een spaakpatroon gemaakt worden dat minder kruisingen heeft dan de 3- en 4-kruis patronen die voor grote 36-spaaks wielen te prefereren zijn. Voor grote fietsers zijn er weliswaar geen speciale wielen op de markt, maar bepaalde aanpassingen kunnen vereist zijn. Vooral als de berijder een zware lichaamsbouw heeft, is het aan te bevelen velgen en banden wat breder en zwaarder te kiezen dan wat op een vergelijkbare fiets in standaardmaat zit. Maar die banden moeten wel even hard opgepompt kunnen worden, anders worden band en velg maar al te gauw beschadigd. Het is mogelijk bijzonder sterke wielen met meer dan 36 spaken te vinden (ze worden voor tandems gemaakt, waarvoor dus ook de speciale naven en velgen te krijgen zijn). Het gebruik van dikkere spaken schijnt echter weinig of niets te helpen.

kantoormeubelen

Differentiatie in hedendaagse interieurarchitectuur, een momentopname en een overzicht van alle gebruikte kantoormeubelen. Het zichtbaar maken van de interieurarchitectuur is een van de doelstellingen van de Lensvelt de Architect Interieurprijs. In deze eerste ronde is de breedte van het vakgebied opvallend. Niettemin ontbreken ook een aantal potentiële ontwerpgebieden, zoals winkels, zorgvoorzieningen, onderwijs en publieke gebouwen. De benadering van de opgaven lijkt sterk afhankelijk te zijn van de opleiding van ontwerpers. Tussen de architecten die zich vooral op het bouwwerk richten, en de objectgerichte designers ligt een breed scala aan mogelijkheden. Essentieel voor het eindresultaat is de inbreng van de opdrachtgevers. Van de 82 inzendingen zijn er 28 afkomstig uit Vlaanderen. Hier blijkt nauwelijks een onderscheid gemaakt te worden tussen architectuur en interieurarchitectuur. De meeste ingezonden projecten zijn afkomstig van architectenbureaus. Een uitzondering is de Expo in Brussel, een genomineerd project ingezonden door (s)pace interieurarchitectuur. Stefaan Onraet en Ann Dever bakenen met de naamgeving hun werkterrein duidelijk af. De meeste Vlaamse projecten zijn niet alleen herkenbaar door hun architectonische aanpak, maar ook door een bepaalde stijl. Ruimtes zijn sterk geabstraheerd en er is veel aandacht voor materialisering en detaillering. Het gebruik van de ruimte en de specifieke attributen van bewoners of werknemers blijven zoveel mogelijk uit het zicht.

De opdrachtgevers getuigen van een geaccepteerde ‘goede smaak’ die tot uiting komt in de keuze voor een sobere architectuurstijl en een verantwoord design. Het bureau van Paul Robbrecht en Hilde Daem heeft inmiddels een breed en internationaal opdrachtenpakket. Voor de interieurprijs hebben de architecten drie woonhuizen ingezonden die kenmerkend zijn voor veel Vlaamse projecten. De architectuur voegt zich naar de situatie, zonder ten onder te gaan aan contextualiteit. Zowel qua gebruik als qua uitzicht is de wisselwerking tussen binnen en buiten goed uitgewerkt. De eigenheid van de projecten hangt samen met het benutten van de aanwezige context, de wensen van de opdrachtgevers en de materialisering. Een exponent van dit genre is het appartement in Gent. De woonfunctie is op verzoek van de opdrachtgever uitgebreid met een gastenverblijf. Essentieel bij deze opdracht was dat er ‘op een serene manier rekening gehouden moest worden met kunstwerken, een grote collectie boeken en muziek’. De overmaat aan ruimte en de hoogwaardige afwerking komen hieraan tegemoet. Voor de inrichting die volledig mee ontworpen is, zijn natuursteen, marmer en exclusieve houtsoorten gebruikt, die de ruimtes aankleden en bescheiden decoreren. Het penthouse is ingericht met meubels van Mies van der Rohe en biedt de optimale mogelijkheid om van het stadslandschap te genieten. Hans Sterck en Stein Van Rossem hebben bij links Interieur van architectenbureau Sterck Van Rossem in Aalst foto Sandy Macharis onder Het interieur bestaat uit een reeks ruimtes, van elkaar gescheiden door translucente wanden. de huisvesting van hun eigen bureau in een voormalige opslagruimte in Aalst soortgelijke strategieën toegepast, ook al is het eindbeeld veel afstandelijker.

bollywood

De laatste jaren is de aandacht voor Indiase films in Nederland enorm toegenomen, vooral onder Hindostaanse jongeren van de tweede generatie. Kijken naar Indiase films is ‘in’. Indiase dans, muziek en kleding zijn een gespreksonderwerp op het schoolplein en in de discotheek. Hindostaanse ondernemers spelen in op de trend met bollywood posters, Bollywood sleutelhangers en Bollywood schoolagenda’s. Oudere jongeren zoals Viresh herinneren zich de tijd dat ze met weerzin naar de Hindostaanse videotheek gingen. Ze kwamen er alleen om films voor hun ouders op te halen en zorgden ervoor dat ze zo snel mogelijk weer buiten stonden. Zelf keken ze liever naar Amerikaanse films op tv. Terugblikkend op dit recente verleden bezien de oudere jongeren het filmfanatisme van hun jongere neefjes en nichtjes met verbazing. In tien jaar tijd is er heel wat veranderd. Hoe kan het dat Indiase films nu zoveel succes hebben bij Hindostaanse jongeren? Om dit te begrijpen moeten we terugkijken naar de geschiedenis van Hindostanen in Suriname en Nederland. De hedendaagse trend is geworteld in een lange traditie van film kijken, die ontstond in de jaren dertig met de komst van de eerste Bombay Talkies naar Suriname. In 1930 kwamen de eerste commerciële Hindi films en muziekopnames naar het Caribische gebied (Manuel 1997/1998:19). De films waren afkomstig van de filmmaatschappij Bombay Pictures (De Klerk 1998:215). Ze waren direct een groot succes. Op verschillende plaatsen in Suriname werden bioscopen gebouwd, die zowel Amerikaanse als Indiase films programmeerden. Bioscoopbezoek was op dat moment een van de weinige uitgaansmogelijkheden in Suriname (Bijmans 1996:59).

De jaren dertig was een cruciale periode in de Surinaamse geschiedenis, die zich kenmerkte door etnische en religieuze gemeenschapsvorming. Het was ook de tijd van Verindisching’, een beleid dat de etnische tegenstellingen in de kolonie aanscherpte. In dit klimaat van etnische polarisatie deed de Indiase Cinema haar intrede en werd ze, zowel binnen de Hindostaanse gemeenschap als daarbuiten, beschouwd als iets dat toebehoorde aan één specifieke bevolkingsgroep. Amerikaanse films waren voor iedereen, Indiase films waren voor de Hindostanen. De Klerk noemt het bezoeken van Indische films in de jaren vijftig cde voornaamste uiting van het eigen cultuurleven’ van Hindostanen in Suriname (1998:215). Voor Hindostaanse boeren in de rurale districten was het een hele reis naar de bioscoop in de dichtstbijzijnde stad. De uitstapjes boden een kans om vrienden en kennissen te ontmoeten, om nieuwtjes uit te wisselen en om potentiële huwelijkspartners te leren kennen (Bijmans 1996:59). Kinderen die te jong waren om mee te reizen, kregen na afloop van hun ouders een uitgebreid verslag waar de film over ging. Het uitje vormde na afloop nog wekenlang gespreksstof in de familie. In de jaren vijftig en zestig, een periode van verbroederingspolitiek in Suriname, werden de Indiase films door verschillende bevolkingsgroepen bezocht. Maar sinds de jaren zeventig, toen de beschikbaarheid van Amerikaanse films toenam, lieten de Creoolse en Javaanse bezoekers de Indiase films steeds meer links liggen.

gebruikte kantoormeubelen

Nadat hij met de architect Philip Webb een weloverwogen vorm voor de fundamenten en het uiterlijk gevonden had, kwam hij tot de ontdekking dat de gebruikte kantoormeubelen die te verkrijgen waren hem geen van alle aanstonden. Samen met vrienden ontwierp hij alles nieuw. Uit deze samenwerking ontstond de eerste ambachtelijke kunstenaarsgroep van die soort. De meest uiteenlopende gebruiksvoorwerpen vervaardigden ze, maar vooral ontwierpen ze stoffen en behang. Ze deden alles zelf, van begin tot eind, maar ze vroegen dan ook hoge prijzen voor hun producten. Soortgelijke werkplaatsen verrezen her en der, zoals die van Arthur Heygate Mackmurdo en Charles Robert Ashbee. In 1888 sloten al die groepen, waarvan er inmiddels heel wat waren, zich aaneen in de ‘Arts and Crafts Exhibition Society’. Met hun tentoonstellingen had deze beweging ook op het continent grote invloed en verbazingwekkend genoeg waren het de commerciële ondernemingen die de Engelse kantoormeubelen voor het eerst in de handel brachten, zoals J. Littauer en L. Bernheimer in München. Zij waren zelfs de nieuwe Duitse kunstnijverheidstijdschriften te vlug af. Die waren alle gebaseerd op het Engelse voorbeeld ‘The Studio’, dat vanaf 1893 ook in Duitsland verkrijgbaar was en al spoedig 20.000 enthousiaste abonnees had: het Engelse interieur sloeg aan. In Duitsland was het met name Hermann Muthesius die bijdroeg tot de verspreiding van de Engelse ideeën over de inrichting van huizen. Mij zat van 1896 tot 1903 als attaché van Duitsland in Londen en bestudeerde daar de Engelse wooncultuur. In zijn in 1904 gepubliceerde werk ‘Das englische Haus’ prees hij de Engelsen: “… overal staan de puur zakelijke eisen op de voorgrond. De Engelsman bouwt zijn huis alleen voor zichzelf. Met representatie houdt hij niet de minste rekening en niets staat verder van hem af dan dat hij zich met behulp van zijn huis mooier zou willen voordoen dan hij is.” Maar de bezinning op gezond verstand en eenvoud alleen bleek niet voldoende om een ingrijpende verandering teweeg te brengen.

Daarvoor was eerst een esthetisch signaal nodig. De nieuwe en nadrukkelijk artistieke krachten, die zich tegen het einde van de eeuw overal begonnen te roeren, hadden dan ook beslist revolutionaire trekjes. In elk geval werkten zij zeer bevrijdend en gaven ze het vlammende teken waar Europa op leekte wachten. De meest fantasievolle stappen ter overwinning van het heersende stijlpluralisme werden uitgerekend in België gezet, een land dat bij uitstek door z’n geschiedenis was bepaald. De architecten kunstmeubelmaker Gustave Serrurier-Bovy verkocht in de winkel die hij vanaf 1890 in Luik dreef, behalve behang en stoffen van William Morris, ook kantoormeubelen uit zijn eigen werkplaats. In 1895 begon Henry van de Velde, tot dan toe voornamelijk actief als schilder, zich ook bezig te houden met interieurinrichting. Voor zijn eigen huis, de Bloemenwerf in Ukkel bij Brussel, ontwierp hij stoelen die reeds alle wezenlijke elementen van zijn latere ontwerpen bevatten: de nadruk op de constructie, de fijne welvingen in de lijnen en de uitgebalanceerde, maar toch spannende compositie. Aan de ene kant zijn ze nog verwant met de kantoormeubelen van de Shakers, aan de andere kant verwijzen ze reeds naar de korte en heftige periode van de Jugendstil, die zich vanuit deze ideeën zou ontwikkelen.